|
|
vorige volgende
Maagdarmparasieten
van de kat.
Maag
en darmparasieten van de kat komen veel voor, ongeveer de helft van de katten in
Nederland hebben een of meerdere soorten parasieten. Dit zijn wormen ( bv.
spoelwormen) en/of eencellige
organismen ( bv. Toxoplasma) De
verschijnselen van een parasieteninfectie zijn niet specifiek. Zaken zoals een
doffe vacht, hoesten, braken, diarree, slijmige dunne ontlasting, gebrek aan
eetlust, bleek zien, en een dikke buik kunnen allemaal veroorzaakt worden door
parasieten. De kat kan door deze infectie weerstand verliezen en gevoeliger
worden voor bacteriële en virusinfecties. Bovendien
hebben sommige van deze parasieten de mogelijkheid mensen te besmetten. WORMEN. Rondworm. De
meest voorkomende worm is de rondworm (Toxocara cati) bij kittens kan tot 90 %
van de dieren besmet zijn. Volwassen wormen zijn 6 tot 10 cm lang, witachtig en
leven in de darm van de kat. De volwassen vrouwelijke worm produceert eitjes die
met de ontlasting worden uitgescheiden. De eitjes worden, afhankelijk van de
omstandigheden na enkele dagen tot weken tot infectieuze larven. Katten
worden geïnfecteerd door eitjes binnen te krijgen of door het opeten van geïnfecteerde
muizen of ratten. Kittens worden geïnfecteerd via de moedermelk, dit kan al
kort na de geboorte gebeuren Infecties
zijn over het algemeen goedaardig, maar kittens kunnen ernstig gevaar lopen als
de infectie niet tijdig wordt behandeld. Hierover later meer. Visceral
larvae migrans. Deze
aandoening kan optreden nadat kinderen infectieuze eitjes binnen krijgen van
katten of honden. De larve van de spoelworm maakt een trektocht door de weefsels
van het lichaam en richt afhankelijk van waar hij terechtkomt schade aan. Dit
loopt meestal goed af omdat de
afweer apparaat afrekent met deze infectie.
Komen
niet zo vaak voor. Het zijn ongeveer 1 cm lange dunne, haarachtige wormen, ze
kunnen heel lang leven, een kattenleven lang. Katten worden geïnfecteerd
doordat de larve van de haakworm door de huid heen naar binnen dringt. Dit kan
ook bij mensen gebeuren. Bij
de kat migreert de larva via de longen naar de ingewanden, bij mensen blijft hij
plaatselijk onder de huid. Ernstige
besmetting bij katten kan lijden tot bloedarmoede
Lintwormen Lintwormen
hebben een lang afgeplat lichaam, ze lijken op een lint. Dit lichaam bestaat uit
een klein kopje met daaraan geledingen gevuld met eieren. Het kopje zit vast in
het slijmvlies van de dunne darm, de geledingen aan het einde van het lint
worden rijp en breken af en worden met de ontlasting uitgescheiden. Deze
afgebroken geledingen zie je aan de buitenkant van de ontlasting of rondom de
anus als kleine witte rijstekorrels als ze opdrogen zien ze eruit als
sesamzaadjes. Als ze nog leven zie je ze bewegen, ze worden afwisselend dikker
en dunner. Lintwormen veroorzaken zelden schade. Katten
worden meestal geïnfecteerd door het opnemen van vlooien tijdens het wassen van
de vacht. Vlooien worden geïnfecteerd door het opeten van lintwormeieren. EENCELLIGEN
(protozoën) Isospora
( coccidien) Dit
zijn microscopisch kleine, uit een cel bestaande parasieten. Bijna alle katten
raken tijdens hun leven besmet met deze parasiet. Ze raken besmet door het
opeten van een cyste (een op een ei lijkend stadium van de parasiet omgeven door
een dikke wand) De cyste word enkele uren na uitscheiding infectieus. Isospora
infecties zijn voor volwassen katten niet gevaarlijk, maar kittens kunnen ziek
worden. In kittens wordt het slijmvlies van de darm beschadigd
hierdoor ontstaat slijmige diarree. In catteries waar veel katten
verblijven kunnen zo ernstige besmettingen ontstaan. Giardia. Dit
is ook een eencellige met een flagellum (een soort zweepje) waarmee hij zich
voortbeweegt. Deze infectie komt zelden voor en veroorzaakt vrijwel geen ziekte.
Toxoplasmose Katten
zijn de gastheer voor toxoplasmose. Besmetting met deze eencellige komt vaak
voor. Voor de kat levert dit weinig problemen op, voor zwangere vrouwen, met
name voor ongeboren baby’s ligt dit anders, ik kom hier nog op terug bij het
hoofdstuk bestrijding. Behandeling van worminfecties en het tegengaan van besmetting van kinderen Spoelwormen Zoals
gezegd kan de spoelworm van de kat kinderen besmetten en ziekte en allergieën
veroorzaken. De larve van de worm trekt door
lever, longen en andere organen en weefsels waar ze schade veroorzaken en
aanleiding geven tot allergische reacties. Deze infecties kunnen permanente
visuele of zenuwletsel veroorzaken. De populariteit van katten en de
manier waarop kinderen spelen en met kittens omgaan stelt ze bloot aan
besmettingsgevaar. Ontwormen
is meest effectieve manier om de schade te beperken. Begin bij het ontwormen van
de volwassen katten en speciaal drachtige katten. Volwassen katten elke 3
maanden ontwormen met een effectief wormmiddel. Hierbij moet worden opgemerkt
dat middelen die meer dan eenmaal moeten worden gegeven beter werken dan een
eenmalige pil. Drachtige katten ontwormen voor de dekking en gedurende de tweede
helft van de dracht, na dag 42. Katten besmetten de kittens via de melk. Kittens
en melkgevende moeders vanaf 6 weken elke 2 weken ontwormen. Mijn keuze voor de
behandeling van jonge dieren is mebendazole of fenbendazole.
TOXOPLASMOSE Zoals
beloofd kom ik nog terug op deze belangrijke ziekte. Toxoplasmose wordt
veroorzaakt door een eencellige parasiet Toxoplasma gondii. Katten worden besmet
door het opnemen van een van de infectieuze stadia van de parasiet, deze
vermenigvuldigd zich in de darm en de kat scheidt oocysten uit in grote getale
gedurende 1 a 3 weken. Sommige van
de parasieten penetreren dieper in het slijmvlies en verspreiden zich door het
lichaam, het afweersysteem rekent er uiteindelijk mee af en ze blijven achter
als slapende cysten in spieren en hersenen. Deze cyclus buiten de darm kan ook
bij mensen optreden na besmetting. De meeste katten produceren geen oocysten na
3 weken na acute infectie. De meeste katten vertonen geen ziekte na besmetting.
Een enkele maal zie je symptomen bij jonge katten en kittens. Het meest
opvallende verschijnsel is ernstige longontsteking, ook oogaandoeningen komen
voor. Kattenleukemie
en -aids maken katten gevoeliger voor deze infectie. Een echte diagnose kan pas
worden gesteld door weefselonderzoek en het aantonen van de parasiet.
Bloedonderzoek geeft aanwijzingen
in de vorm van een stijgende antilichaamtiter in het verloop van enkele weken.
Besmetting van mensen De
laatste jaren is er een toenemende zorg over toxoplasma infecties bij mensen.
Men denkt dat 30 tot 50 % van de wereldbevolking is besmet met deze parasiet in
de vorm van cysten in de weefsels. Dit is belangrijk omdat dit problemen kan
opleveren bij patiënten met een slecht werkend afweerapparaat (aids,
bestraling). De besmetting in onze streken komt meestal door contact met
infectieuze oocysten uit kattenbakken of grond.
Congenitale
infectie ( infectie van het ongeboren kind)
baart de meeste zorgen. Ongeveer
30 tot 50 % van de moeders die geïnfecteerd raken tijdens de zwangerschap geven
de infectie door aan hun kind. In het algemeen komt besmetting van het kind het
minst voor tijdens het eerste derde deel van de zwangerschap, maar de ziekte is
dan het ernstigst. De meeste besmettingsgevallen komen voor tijdens het laatste
derde deel van de zwangerschap maar dan zijn de gevolgen het minst. De meeste
vrouwen hebben zelf geen symptomen.
Voorkomen van infectie Oocysten
zijn zeer resistent en kunnen lange tijd aanwezig blijven in plekken waar katten
hun behoefte doen. In een drol kunnen miljoenen oocysten aanwezig zijn. Plekken
zoals zandbakken, losse grond, bloembedden en kattenbakken zijn verdacht.
Besmetting kan worden voorkomen door de volgende maatregelen: Vermijdt
contact met vermoedelijk besmette grond, draag handschoenen en was handen nadien
grondig met water en zeep. Dek zandbakken af ter voorkoming van besmetting.
Verwijder ontlasting uit kattenbakken dagelijks voordat de oocysten infectieus
worden. Desinfecteer kattenbakken met kokend water. Chemische desinfectie
(chloor) vernietigd niet betrouwbaar.
Zwangere
vrouwen: Test
huiskatten voor antilichamen tegen toxoplasma. De aanwezigheid van antilichamen
betekend dat de kat immuun is en waarschijnlijk geen oocysten produceert Laat
jezelf testen voor antilichamen, liefst voor de zwangerschap. Een positieve test
geeft aan dat je al eerder besmet bent en dus geen tox kan doorgeven aan je
kind. Maak
geen kattenbakken schoon, en laat iemand anders de kattenbakken dagelijks
schoonmaken, zie boven. Haal geen vreemde katten aan, omdat vacht en klauwen
besmet kunnen zijn met oocysten. Raak geen katten aan die ziek zijn Draag
handschoenen als je in de tuin werkt. Ongekookte groenten moeten zorgvuldig
gewassen worden voor het geval dat ze besmet zijn met kattenpoep. Drs.
J.W. van Dijk Dierenarts |
|