Voor het reizen met honden, katten en fretten binnen
de Europese Unie gelden sinds 3 juli 2004 de volgende eisen:
Alle
honden, katten en fretten hebben een EU-paspoort nodig als zij op reis gaan
naar het buitenland. De Nederlandse versie van het EU-paspoort wordt
uitgegeven door de dierenarts;
Alle honden, katten en
fretten moeten zijn ingeënt tegen rabiës (hondsdolheid). Dit kan de
dierenarts doen. Hij is ook gemachtigd een aantekening van de vaccinatie te
maken in het EU-paspoort;
Eigenaren zijn verplicht een
identificatie, (chip of tatoeage), bij hun dier te laten aanbrengen;
Wie
zijn hond, kat of fret op vakantie meeneemt naar het Verenigd Koninkrijk,
Ierland, Malta of Zweden moet een aantal maanden voor vertrek een verplichte
bloedtest laten afnemen door een dierenarts. Deze eis geldt ook wanneer een
dier uit een EU-land mee op vakantie gaat naar een derde land dat niet is
opgenomen in de lijst onder ‘vervoer van een derde land naar een
EU-lidstaat’.
Gezondheid en welzijn voor dieren
Een belangrijk instrument voor de
bevordering van dierenwelzijn is de
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD). De GWWD is in 1992
door het parlement aangenomen.
(klik op de link hierboven en
geef bij het zoekvak op: Gezondheids. Kies dan bij wetten 'gezondheids-
en welzijnswet voor dieren'.)
Op reis met honden, katten of
fretten
Als u eigenaar bent van honden,
katten en/of fretten, kunt u vanaf 3 juli 2004 gemakkelijker met uw dier
binnen de Europese Unie reizen. Voor bijna alle lidstaten gelden
dezelfde eisen. Hier leest u aan welke eisen u moet voldoen wanneer u
met uw hond, kat of fret op reis gaat.
Bij het vervoer van honden, katten en fretten binnen de EU gelden de volgende
regels:
Chip of tatoeage
U bent verplicht een identificatie bij uw dier aan te laten brengen. Dit kan
de dierenarts doen. In Nederland wordt vooral de ‘elektronische transponder‘
(chip) gebruikt, die onderhuids wordt aangebracht. Naast de chip is ook een
tatoeage als identificatie toegestaan.
EU-paspoort
Honden, katten en fretten hebben een EU-paspoort nodig als zij op reis gaan
naar het buitenland. Het nieuwe EU-paspoort bestaat uit twee delen. Een
gestandaardiseerd gedeelte, met informatie over de identiteit van het dier,
de gegeven vaccinaties (zoals rabiës) en eventuele andere behandelingen.
Achterin staat een gedeelte dat de uitgever zelf mag invullen. Momenteel
geven in Nederland vier organisaties een EU-paspoort uit dat erkend is door
de overheid. Deze organisaties zijn: de Koninklijke Nederlandse Maatschappij
voor Diergeneeskunde, Full Service Bureau Dierenasielen Nederland,
Vereniging van Beroepsmatige Kennelhouders en Stichting Chip. Het nieuwe
document vervangt alle in Europa gebruikte paspoorten en soortgelijke
documenten die worden gebruikt voor het vervoer van dieren naar het
buitenland.
De Nederlandse versie van het paspoort is
verkrijgbaar via uw dierenarts. Uw dierenarts kan de nog geldige vaccinaties
en behandelingen uit het oude paspoort overzetten naar het EU-paspoort. Het
is handig om het oude paspoort of vaccinatieboekje te bewaren.
Vaccinatie
U moet uw dier laten inenten tegen rabiës (hondsdolheid). Dit kan uw
dierenarts doen. Diezelfde dierenarts is ook bevoegd een aantekening van de
vaccinatie te maken in het EU-paspoort. De eerste vaccinatie
(primovaccinatie) is geldig vanaf 21 dagen, nadat het door de fabrikant
voorgeschreven vaccinatieprotocol is afgerond.
Dieren jonger dan drie maanden hoeft
u niet te vaccineren. Een lidstaat mag echter dieren jonger dan drie
maanden weigeren. Naar verwachting zullen het Verenigd Koninkrijk, Ierland,
Italië en Spanje dieren onder de drie maanden weigeren. Wie naar een van
deze landen gaat, kan bij de desbetreffende ambassade vragen naar de
specifieke eisen (soort verklaring, weigeren invoer dieren jonger dan drie
maanden).
Wanneer een jong dier Nederland wordt
ingevoerd, moet het dier geïndentificeerd zijn en een EU-paspoort
of veterinair certificaat bij zich hebben. Ook moet de eigenaar kunnen
verklaren dat het jong tot aan de reis is opgegroeid op de geboorteplek en
niet in contact is geweest met dieren die mogelijk besmet waren met rabiës.
Deze verklaring kan mondeling worden afgegeven in het geval de Nederlandse
douane het dier onderwerpt aan een documentencontrole. Het jonge dier mag
ook de grens over als het wordt vergezeld door de moeder waar het nog van
afhankelijk is.
Bloedtest
Bij het vervoer van honden en katten naar Ierland, Zweden, Malta en het
Verenigd Koninkrijk moet u aan een extra eis voldoen: een bloedtest. Deze
test moet aantonen dat het dier is gevaccineerd tegen rabiës. Deze test moet
binnen de termijnen die zijn vastgesteld in de nationale regelgeving, zijn
uitgevoerd. Voor Ierland en het Verenigd Koninkrijk betekent dit: een test
zes maanden voor vertrek. Voor Zweden: een test vier tot twaalf maanden na
de laatste vaccinatie tegen rabiës. De bloedtest hoeft maar één keer te
worden uitgevoerd. Maar dan moet de hond of kat daarna jaarlijks (volgens
bijsluiter van het vaccin) worden ingeënt tegen rabiës.
Ierland, Malta en het Verenigd Koninkrijk
laten jonge dieren pas toe als ze aan alle bovengenoemde eisen kunnen
voldoen. In de praktijk betekent dit dat dieren jonger dan tien maanden niet
worden toegelaten.
Echinococcen en teken
Tot 3 januari 2009 mogen lidstaten extra eisen stellen voor echinococcen en
teken. Tot nu toe is bekend dat Zweden, Finland, Ierland en het Verenigd
Koninkrijk een behandeling tegen echinococcen eisen. Ierland en het Verenigd
Koninkrijk eisen daarnaast ook nog een behandeling tegen teken.
Klik
hier voor de Ierse extra eisen
Klik hier voor de Zweedse extra
eisen
Klik hier voor de Britse extra eisen
Klik hier voor de Maltese extra eisen
Landen waar geen rabiës voorkomt
Voor de invoer van dieren uit onderstaande landen naar een EU-land gelden
dezelfde regels als bij vervoer binnen de EU (zie bovenstaande punten). Heeft uw
hond, kat of fret geen EU-paspoorten (deze worden alleen in
EU-landen uitgegeven), dan kunt u volstaan met een veterinair certificaat.
Andorra
Antigua en Barbuda
Aruba
Ascension
Australië
Bahrein
Barbados
Bermuda
Canada
Caymaneilanden
Chili
Falklandeilanden
Fiji
Frans Polynesië
Hong Kong
IJsland
Jamaica
Japan
Kroatië
Liechtenstein
Mauritius
Mayotte
Monaco
Montserrat
Nederlandse Antillen
Nieuw-Caledonië
Nieuw-Zeeland
Noorwegen
Russische Federatie
Saint Kitts en Nevis
Saint Vincent en de Grenadines
Saint-Pierre en Miquelon
San Marino
Singapore
Sint-Helena
Vanautu
Vaticaanstad
Verenigde Emiraten
Verenigde Staten van Amerika
Wallis en Tutuna
Zwitserland
Papieren niet in orde?
Als de papieren van het gezelschapsdier niet in orde zijn, kan de douane het
dier aanhouden. Gevolgen kunnen zijn:
het dier wordt in quarantaine geplaatst
totdat het voldoet aan de gezondheidsvoorschriften;
het dier wordt teruggezonden naar het
land van herkomst.
Als quarantaine of terugsturen geen opties zijn, kan in het uiterste geval
euthanasie op het dier worden toegepast. Alle extra kosten zijn voor rekening
van de eigenaar van het dier.
Overgangsmaatregel
Een speciale overgangsmaatregel moet de overgang naar de nieuwe geharmoniseerde
regelgeving, die per 3 juli 2004 ingaat, versoepelen. De overgangsmaatregel die
tussen 3 juli 2004 en 1 oktober 2004 gold is inmiddels vervangen door de
onderstaande overgangsmaatregel. De overgangsmaatregel zal na verloop van tijd
worden ingetrokken.
Wanneer een niet-commercieel gehouden hond, kat of fret na 1 oktober 2004 niet
vergezeld is van het gestandaardiseerde Europese paspoort zal deze toch
toegelaten worden tot de Europese lidstaten als het voldoet aan de volgende
voorwaarden:
het dier is volgens de geldende
regelgeving geïdentificeerd, gevaccineerd tegen rabiës en heeft, als van
toepassing, een bloedtest ondergaan;
het voorgaande staat genoteerd op een
certificaat dat afgegeven is vóór 1 oktober 2004, en dat nog geldig is. Voor
alle duidelijkheid: vaccinaties en eventuele andere vereiste behandelingen
die ná 1 oktober 2004 zijn uitgevoerd moeten dus wel in het nieuwe
EU-paspoort zijn opgenomen.
Deze overgangsmaatregel geldt niet voor honden, katten en fretten die voor
commerciële doeleinden deelnemen aan het intracommunautaire verkeer.
De
EU heeft niets te vertellen over de invoereisen die andere landen buiten de EU
stellen. Hiervoor kunt u het beste contact opnemen met de ambassade van het
betreffende land. Enkele landen eisen bij de invoer van honden en katten dat het
gestandaardiseerde EU-paspoort wordt gelegaliseerd door een officiële dierenarts
die werkzaam is bij de overheid. Deze legalisatie wordt in Nederland uitgevoerd
door dierenartsen van de Kringkantoren van de Voedsel en Waren
Autoriteit/Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees. De ambassade van het
betreffende land weet of een legalisatie wel of niet is vereist.
Gaat u met uw hond, kat of fret op vakantie naar een land buiten de EU? Houdt u
er dan rekening mee dat het dier bij terugkomst moet voldoen aan de eisen bij
vervoer van een land
buiten de EU naar een EU-land.
Regels bij vervoer van een land buiten de EU naar een EU-land
Bij vervoer van honden, katten en fretten van een land buiten de EU naar een
EU-land kan onderscheid worden gemaakt tussen landen waar geen rabiës
voorkomt en overige landen (ook wel derde landen genoemd).
Landen waar geen rabiës voorkomt
Voor de invoer van honden, katten en fretten uit onderstaande landen naar een
EU-land gelden dezelfde regels als bij vervoer binnen de EU.
Andorra
Antigua en Barbuda
Aruba
Ascension
Australië
Bahrein
Barbados
Bermuda
Canada
Caymaneilanden
Chili
Falklandeilanden
Fiji
Frans Polynesië
Hong Kong
IJsland
Jamaica
Japan
Kroatië
Liechtenstein
Mauritius
Mayotte
Monaco
Montserrat
Nederlandse Antillen
Nieuw-Caledonië
Nieuw-Zeeland
Noorwegen
Russische Federatie
Saint Kitts en Nevis
Saint Vincent en de Grenadines
Saint-Pierre en Miquelon
San Marino
Singapore
Sint-Helena
Vanautu
Vaticaanstad
Verenigde Emiraten
Verenigde Staten van Amerika
Wallis en Tutuna
Zwitserland
Overige landen (derde landen)
Bij het vervoer van honden, katten en fretten uit een land waar rabiës voorkomt
naar een EU-land, gelden naast de regels voor vervoer binnen de EU ook nog extra
regels. Hieronder vindt u alle regels op een rij:
Chip of tatoeage
U bent verplicht een identificatie bij uw dier aan te laten brengen. Dit kan
de dierenarts doen. In Nederland wordt vooral de ‘elektronische transponder‘
(chip) gebruikt, die onderhuids wordt aangebracht. Naast de chip is ook een
tatoeage als identificatie toegestaan.
Veterinair certificaat
Honden, katten en fretten die afkomstig zijn uit een derde land en die voor
niet-commerciële doeleinden de Europese Unie binnenkomen, moeten een
gestandaardiseerd veterinair certificaat bij zich hebben. Voor het Verenigd
Koninkrijk, Ierland, Malta en Zweden gelden andere regels. Op dit
certificaat staan de identiteit, de rabiësvaccinatie, de eventuele bloedtest
en eventuele andere behandelingen. U kunt hier het Veterinair certificaat
downloaden.
Vaccinatie
U moet uw dier laten inenten tegen rabiës (hondsdolheid). Dit kan uw
dierenarts doen. De eerste vaccinatie (primovaccinatie) is geldig vanaf 21
dagen nadat het door de fabrikant voorgeschreven vaccinatieprotocol is
afgerond.
Dieren jonger dan drie maanden hoeft u
niet te vaccineren. Een lidstaat mag echter dieren jonger dan drie
maanden weigeren. Naar verwachting zullen het Verenigd Koninkrijk, Ierland,
Italië en Spanje dieren onder de drie maanden weigeren. Wie naar een van
deze landen gaat, kan bij de desbetreffende ambassade vragen naar de
specifieke eisen (soort verklaring, weigeren invoer dieren jonger dan drie
maanden). Nederland laat dieren jonger dan drie maanden, afkomstig uit een
land waar rabiës voor komt, niet toe.
Bloedtest
Bij een hond of kat afkomstig uit een derde land, moet drie maanden voor de
reis een bloedtest worden uitgevoerd. Voor Ierland en het Verenigd
Koninkrijk moet de test zes maanden voor vertrek zijn afgenomen
en voor Zweden vier tot twaalf maanden na de laatste vaccinatie tegen
rabiës. Deze test is noodzakelijk om aan te tonen dat het dier is ingeënt
tegen rabiës. De bloedtest hoeft u maar één uit te voeren. Maar dan moet de
hond of kat daarna jaarlijks (volgens bijsluiter van vaccin) worden ingeënt
tegen rabiës. Deze extra eis geldt niet voor fretten.
Als een dier uit de EU op vakantie gaat naar een derde land waar rabiës nog
steeds voorkomt, moet het dier voor vertrek naar het buitenland de bloedtest
hebben ondergaan. Op deze manier heeft het dier op tijd de bloedtest
ondergaan.
Quarantaine
Voor de invoer vanuit een derde land waar rabiës nog voorkomt naar Ierland,
Zweden, Malta en het Verenigd Koninkrijk blijft de quarantaineperiode van
zes maanden gehandhaafd.
Echinococcen en teken
Tot 3 januari 2009 mogen lidstaten extra eisen stellen voor echinococcen en
teken. Tot nu toe is bekend dat Zweden, Finland, Ierland en het VK een
behandeling tegen echinococcen eisen. Ierland en het Verenigd Koninkrijk
eisen daarnaast ook nog een behandeling tegen teken.
Klik
hier voor de Ierse extra eisen
Klik hier voor de Zweedse extra
eisen
Klik hier voor de Britse extra eisen
Klik hier voor de Maltese extra eisen
Papieren niet in orde?
Als de papieren van het gezelschapsdier niet in orde zijn, kan de douane het
dier aanhouden. Gevolgen kunnen zijn:
het dier wordt in quarantaine geplaatst
totdat het voldoet aan de gezondheidsvoorschriften;
het dier wordt teruggezonden naar het
land van herkomst.
Als quarantaine of terugsturen geen opties zijn, kan in het uiterste geval
euthanasie op het dier worden toegepast. Alle extra kosten zijn voor rekening
van de eigenaar van het dier.
Overgangsmaatregel
Een speciale overgangsmaatregel moet de overgang naar de nieuwe geharmoniseerde
regelgeving die per 3 juli 2004 ingaat, versoepelen. De overgangsmaatregel die
tussen 3 juli 2004 en 1 oktober 2004 gold is inmiddels vervangen door de
onderstaande overgangsmaatregel. De overgangsmaatregel zal na verloop van tijd
worden ingetrokken.
Wanneer een niet-commercieel gehouden hond, kat of fret na 1 oktober 2004 niet
vergezeld is van het gestandaardiseerde Europese paspoort, zal deze toch
toegelaten worden tot de Europese lidstaten als het voldoet aan de volgende
voorwaarden:
het dier is volgens de geldende
regelgeving geïdentificeerd, gevaccineerd tegen rabiës en heeft, als van
toepassing, een bloedtest ondergaan,
het voorgaande staat genoteerd op een
certificaat dat afgegeven is vóór 1 oktober 2004, en dat nog geldig is. Voor
alle duidelijkheid: vaccinaties en eventuele andere vereiste behandelingen
die ná 1 oktober 2004 zijn uitgevoerd, moeten dus wel in het nieuwe
EU-paspoort zijn opgenomen.
Deze overgangsmaatregel geldt niet voor honden, katten en fretten die voor
commerciële doeleinden deelnemen aan het intracommunautaire verkeer.