|
|
SpC Kwaliteitsrichtlijnen
Het kwaliteitsbeleid van SpC, waarvan de basis al vastligt in de diverse reglementen, krijgt nu ook steeds meer vorm in de kwaliteitsrichtlijnen voor onze leden.
Om een heel duidelijk onderscheid te maken spreken we van een ‘richtlijn’ of een ‘verplichting’:
|
1.Kwaliteitsrichtlijn:
dit is een dringend advies; SpC geeft hiermee de gewenste richting voor verbetering aan.
Voorbeeld: HCM-test en PKD-test.
|
2. Kwaliteitsverplichting:
dit is een regel die de leden van SpC verplicht zijn uit te voeren.
Voorbeeld: chippen van kittens en ouderdieren.
|
SpC Kwaliteitsverplichting SNAP-test (december 2011)*:
Alle katten in de cattery worden eenmalig getest op kattenaids en –leukemie.
Katten die nieuw in de cattery komen moeten 2 maal worden getest (herhaling na 3 maanden) en mogen pas na de tweede negatieve testuitslag bij de overige katten worden toegelaten. Dit met uitzondering van kittens die uit een cattery komen, waar ook regelmatig op aids en leukemie wordt getest.
Bij een buitendekking moeten kater en poes beide een negatieve uitslag van de SNAP-test hebben die niet ouder is dan 1 jaar. Vraag elkaar vooraf om de rapportage te mogen inzien!
Voor dekkaters die vaker dan 2 maal per jaar een buitendekking geven mag de SNAP-test niet ouder zijn dan een half jaar.
|
SpC Kwaliteitsverplichting chippen (december 2010)*:
Alle fokkatten en geboren kittens in de cattery worden gechipt.
De fokker doet de labels met de chipnummers toekomen aan het stamboeksecretariaat.
Het geregistreerde chipnummer is een formeel onderdeel van de gegevens over de identiteit van de kat in het stamboek.
|
SpC Kwaliteitsrichtlijn HCM – augustus 2010*:
Alle fokkatten worden vanaf de leeftijd van 1 jaar regelmatig op HCM onderzocht door middel van echo-onderzoek. Voor fokkaters is de periode jaarlijks, voor fokpoezen is de periode 1 maal per 2 jaar.
Wanneer voor het ras een DNA-test beschikbaar is, wordt ook deze test eenmalig bij de fokkat uitgevoerd.
Wanneer bij een fokkat HCM wordt geconstateerd of wanneer de kat drager van HCM blijkt te zijn, zal met deze kat niet meer worden gefokt.
De eigenaar van de kat, waarbij is geconstateerd dat deze HCM heeft of drager van de ziekte is, brengt de eigenaar(s) van de eventuele nakomelingen van de kat op de hoogte van deze uitslag van de HCM-test.
|
SpC Kwaliteitsrichtlijn PKD – december 2010*:
Alle fokkatten worden onderzocht op PKD door middel van echo-onderzoek, wanneer zij omstreeks 1 jaar oud zijn, maar in ieder geval voordat zij hun eerste nestje voortbrengen. Dit onderzoek wordt ter controle na circa 2 jaar eenmalig herhaald.
Zo mogelijk wordt de kat ook op jonge leeftijd al gescreend door middel van DNA-onderzoek.
Wanneer bij een fokkat PKD wordt geconstateerd of wanneer de kat drager van PKD blijkt te zijn, zal met deze kat niet meer worden gefokt.
|
* Iedere Kwaliteitsrichtlijn van SpC kan/zal worden aangepast, wanneer nieuwe feiten over het onderwerp bekend zijn en wetenschappelijk erkend worden.
|